Solentra - Solidariteit en Trauma
Eerste foto
Tweede foto
Derde foto
Vierde foto
Moslima met borstkanker
‘Moslima’s met borstkanker, een kwaadaardig taboe’
 
In de borstkliniek van het UZ Brussel lopen dezer dagen Palestijnse artsen rond, op uitwisseling. Met als doel het taboe op borstkanker te doorbreken, zowel in het Midden-Oosten als hier. ‘Ook bij ons kloppen veel moslimvrouwen te laat aan. Of erger nog, helemaal niet.’ 
 
Eline Delrue

 
“We don’t have this.” Vier Palestijnse hoofden buigen zich over een ingenieuze behandeltafel voor radiodiagnose. Ze kijken even verbaasd als verlekkerd. Af en toe halen ze hun smartphone boven, voor foto’s en filmpjes. Drie dagen lang loopt een delegatie uit het Midden-Oosten mee in de Brusselse borstkliniek. Ze komen van de Dunya Women’s Cancer Clinic uit Ramallah. Met als doel: kennis sprokkelen en taboes doorbreken. En dat is nodig, zo signaleren de cijfers. Overlijden in ons land drie op de tien borstkankerpatiënten aan hun ziekte, dan zijn dat er in de Palestijnse gebieden zes op de tien. Precies omdat het stigma zo groot is, en de behandeling vaak rijkelijk te laat.
 
Maar ook bij ons zijn bepaalde gemeenschappen deels nog in de ban van het taboe, stellen de Brusselse oncologen en psychologen vast. Zij kijken met lede ogen toe hoe ze vandaag een hele doelgroep mislopen. “Je hebt jonge moslimvrouwen die er wel hard mee bezig zijn, die zodra ze iets voelen op consultatie komen”, klinkt het. “Maar veel anderen komen te laat aankloppen, of helemaal niet. Of nog: ze schamen zich dood. Denk aan een Marokkaanse vrouw die haar litteken niet durft te tonen aan haar man en onmiddellijk een borstreconstructie vraagt.”
 
Borstkanker zet relaties onder druk: niet alleen in het Midden-Oosten, “waar sommige mannen dan maar een tweede vrouw nemen”, maar overal waar de ziekte fel beladen is. “Soms is de diagnose op zich daardoor al traumatiserend”, stelt psycholoog Geertrui Serneels. Zij is verbonden aan de vzw Solentra, die cultuursensitieve zorg aanbiedt. “Het laat zich voelen in het hele gezin. De vrouwen isoleren zich, ze functioneren niet meer als mama, soms komt het tot een echtscheiding. Daar hebben ook de mannen een aandeel in. In de Palestijnse gebieden is dat paternalisme nog sterk aanwezig. Sommige vrouwen kennen niet eens hun diagnose. Hun man en arts bespreken alles in een achterkamertje.”
 
Jaren geleden gebeurde het hier ook weleens, beaamt oncologisch chirurg 
Marian Vanhoeij. “Stel je voor. De chirurg belde met de echtgenoot: ‘Meneer, ik denk dat we die borst best weghalen.’ Waarop die man zei: ‘Doe maar.’ Mevrouw zelf wist van niks. Werd haar borst weggenomen, dan wist ze niet eens of het gezwel nu eigenlijk goed- of kwaadaardig was. Zelf dring ik er altijd op aan dat de vrouw op de hoogte is.”
 
Dat ze in het Midden-Oosten vooral nood hebben aan een psychologisch kader, duidt Nufuz Maslamani, hoofd van de Palestijnse borstkliniek. “Want bij ons begint het al met de angst om je te laten onderzoeken. In de Arabische cultuur is het lichaam van de vrouw sterk verbonden met haar functie in de maatschappij. Borsten hebben een symbolische waarde. Ze zijn van doorslaggevend belang in haar rol als partner en moeder. Door hun ziekte en de reacties daarop voelen ze zich niet langer volledig vrouw. Daarom zwijgen ze liever. Want wat als de buren het weten? Wie zal er dan nog met hun dochter durven trouwen? Iedereen zal vrezen zijn dat er een erfelijke ziekte in de familie zit.”
 
Als het UZ Brussel iets kan meepikken van de Palestijnse artsen, dan wel meer inzicht in het hele mechanisme achter het taboe. Om het dan nadien vakkundig te proberen slopen. Want nu leeft bij veel moslimvrouwen nog altijd het idee: als we erover zwijgen, dan bestaat het niet. “Het maakt de drempel naar ondersteuning alleen maar groter”, merkt psycholoog Ineke Van Mulders op. “Zo volg ik momenteel een jonge vrouw op voor wie het stigma erg groot is. Haar kinderen weten niet dat ze kanker heeft en dat haar borst weg is. Want ook al geven sommigen thuis aan dat ze ziek zijn, het woord ‘kanker’ valt zelden. De ernst van de ziekte spreken ze niet uit. Ons advies is nochtans: bespreek het met je kinderen. Want in hun fantasie maken ze de dingen soms nog dramatischer dan de realiteit.”
 
Palestijns borstkankerspecialist Shatha Odeh leest de lippen van de tolk en pikt in. Dat ze zelf een vriendin met de ziekte heeft, vertelt ze. En dat ook zij gebukt ging onder de perceptie daarvan. “Haar twee tienerdochters smeekten haar: ‘Mama, laat geen chemo doen. We mogen ons niet indenken dat je al je haren verliest.’ Maar er was geen andere uitweg dan chemo. Ze heeft toen thuis haar hoofddoek opgehouden, om ook tegenover haar man en kinderen haar imago niet te verliezen.”
 
Als de Brusselse artsen één ding onthouden van hun collega’s uit het Midden-Oosten, dan wel dit: de psychologische schade die borstkanker aanricht is voor alle vrouwen even groot. “Maar de manier waarop ze daarmee omgaan, is verschillend”, stelt psycholoog Ineke Van Mulders. “Alle patiënten piekeren en worstelen ermee om hun zelfbeeld aan te passen. Bij moslimvrouwen moeten we ook extra attent zijn voor de perceptie in hun omgeving. Daar moeten we nog veel sensibiliseren.”